Ga direct naar de inhoud

Calculator Elektrisch Vermogen per Ruimte

Berekent het totale vermogen en de benodigde stroom per ruimte, met de aanbevolen groepautomaat en kabeldoorsnede volgens NEN 1010.

Een slaapkamer met een airconditioner van 1.500 W, een televisie van 200 W en twee opladers van 60 W heeft een geïnstalleerd vermogen van 1.820 W. Met de gebruikelijke gelijktijdigheidsfactor van 80% komt de stroom uit op ongeveer 7,0 A bij 230 V. Voor zo'n groep geeft NEN 1010 een installatieautomaat van 10 A aan, met een kabeldoorsnede van 1,5 mm² bij inbouwbedrading. Komt er in dezelfde kamer ook een computer van 300 W bij, dan stijgt het geïnstalleerd vermogen naar 2.120 W en de stroom naar ongeveer 8,2 A. Dat blijft ruim binnen de 10 A automaat, maar vraagt om 2,5 mm² kabel voor een comfortabele marge.

Deze calculator past de uitgangspunten van NEN 1010 toe, de Nederlandse norm voor elektrische laagspanningsinstallaties, en berekent per ruimte het gelijktijdig vermogen, de stroom, de aanbevolen automaatwaarde en de minimale kabeldoorsnede.

In een appartement in Rotterdam of een rijtjeswoning in Utrecht ziet een slaapkamer of woonkamer er anders uit dan een keuken of badkamer. Verlichting, stopcontacten voor vaste apparatuur en eventueel een vaste warmtebron tellen allemaal mee in het geïnstalleerd vermogen. De gelijktijdigheidsfactor houdt rekening met het feit dat niet alles tegelijk op vol vermogen draait. Voor woningen wordt doorgaans 80% aangehouden, terwijl vaste apparatuur zoals een kookplaat of wasmachine met 100% wordt doorgerekend, omdat die geruime tijd op vol vermogen kan werken.

Wie een groepenkast uitbreidt of een nieuwe groep aanlegt in een woning in Eindhoven of Den Haag, moet met deze twee grootheden, het geïnstalleerd vermogen en de gelijktijdigheidsfactor, de juiste automaatwaarde en kabeldoorsnede bepalen. Een te lichte automaat springt telkens uit bij normaal gebruik. Een te zware automaat beschermt de kabel niet meer tegen oververhitting, met risico op brand.

Het resultaat wordt automatisch bijgewerkt.

Het type ruimte vult typische waarden automatisch in, pas ze aan waar nodig.

Som van de geïnstalleerde lampen. LED: 5-15 W per punt; halogeen: 35-50 W per punt.

Tv (~100 W), computer (~80 W), spelcomputer (~150 W), opladers, enz.

Airconditioner (~1.000-3.500 W), elektrische kachel (~1.000-2.000 W), handdoekradiator (~200-600 W).

Elektrisch fornuis (~6.000-7.000 W), oven (~2.000-3.500 W), wasmachine (~2.000 W).

Percentage van de apparatuur dat gelijktijdig in gebruik is. 80% is de gangbare waarde voor woningen.

Aanbevolen installatieautomaat

10 A

Minimale waarde voor een stroom van 7,3 A

Gelijktijdig vermogen

1.504 W

80% van 1.880 W geïnstalleerd

Totaal geïnstalleerd vermogen
1.880 W
Verlichting
80 W
Apparatuur / stopcontacten
300 W
Verwarming / airco
1.500 W
Overige apparatuur
0 W
Stroom in de groep
7,3 A
Minimale kabeldoorsnede
1,5 mm²
Delen

Hoe het werkt

1

Selecteer het type ruimte; de typische waarden worden automatisch ingevuld.

2

Pas het vermogen voor verlichting aan (som van de geïnstalleerde of geplande lampen).

3

Voer het vermogen in van de apparatuur op de stopcontacten en van de verwarmings- of koelsystemen.

Formule

I = (P_geïnstalleerd × gf) / (V × 0,9)
IStroom in de groep (A)
P_geïnstalleerdTotaal geïnstalleerd vermogen (W) = verlichting + apparatuur + verwarming + overige toestellen
gfGelijktijdigheidsfactor (decimaal), doorgaans 0,80 voor woningen
VNetspanning (eenfasig) in Nederland: 230 V
0,9Typische vermogensfactor (cos φ) voor woninginstallaties

Hoe de berekening werkt

Hoe bereken je het benodigde elektrisch vermogen per ruimte

Een elektrische groep correct dimensioneren is een vraagstuk met drie grootheden: het geïnstalleerd vermogen, de gelijktijdigheidsfactor en de netspanning. Een fout in een van deze drie leidt tot een ondergedimensioneerde groep, die de automaat laat uitschakelen bij normaal gebruik, of tot een overgedimensioneerde groep, die stromen toestaat die de kabel niet veilig kan verwerken, met risico op oververhitting.

In Nederland is de netspanning voor eenfasige woninginstallaties 230 V bij een frequentie van 50 Hz, net als in de rest van continentaal Europa. De vermogensfactor (cos φ) voor gemengde huishoudelijke belastingen ligt doorgaans tussen 0,85 en 0,95; de waarde 0,9 wordt het vaakst gebruikt bij vereenvoudigde dimensionering.

De formule en de gelijktijdigheidsfactor

De stroom in een groep volgt uit de wet van Ohm toegepast op actief vermogen: I = P / (V × cos φ). Het vermogen dat hierin meetelt, is niet de som van alle aangesloten apparaten, maar het gelijktijdig vermogen: het vermogen van de apparaten die op hetzelfde moment aanstaan.

De gelijktijdigheidsfactor drukt dat precies uit. Bij een ruimte met 2.000 W geïnstalleerd vermogen en een factor van 80% is het gelijktijdig vermogen 1.600 W. De bijbehorende stroom (1.600 / (230 × 0,9), ongeveer 7,7 A) bepaalt welke automaat nodig is. In de praktijk hanteren installateurs voor woningen doorgaans een factor tussen 0,7 en 0,9, met 0,8 als meest gebruikte referentiewaarde.

Voor vaste apparatuur die geruime tijd op vol vermogen kan draaien, zoals een kookplaat, oven of wasmachine, rekenen installateurs vaak conservatiever met een factor van 1,0 (100%). Voor algemene groepen met stopcontacten en verlichting volstaat 0,8.

Standaard installatieautomaten en hun capaciteit

De Nederlandse markt gebruikt, in lijn met NEN-EN 60898-1, genormaliseerde automaatwaarden: 6, 10, 16, 20, 25, 32, 40, 50 en 63 A. De keuze valt op de eerstvolgende waarde boven de berekende stroom. Een groep met een stroom van 9,5 A vraagt een automaat van 10 A; bij 17,3 A is de minimale waarde 20 A.

Voor een typische slaapkamer in een appartement in Amsterdam met een airconditioner (1.800 W), een televisie (100 W), een computer (80 W) en ledverlichting (60 W) komt de gelijktijdige stroom met een factor van 80% uit op: (2.040 × 0,8) / (230 × 0,9), ongeveer 7,9 A. Een automaat van 10 A volstaat. Komt er een elektrische kachel van 2.000 W bij, dan stijgt de stroom naar ongeveer 15,6 A, wat een automaat van 16 A vereist en een herziening van de bestaande groep.

Installatieautomaten zijn er met curve B, voor weerstandsbelastingen en verlichting, en curve C, voor motoren, compressoren en apparatuur met een hoge inschakelstroom zoals airconditioners en wasmachines.

Kabeldoorsnede: de regel die vaak over het hoofd wordt gezien

De kabeldoorsnede staat niet los van de automaat, ze is de voorwaarde voor veilig functioneren ervan. Een kabel van 1,5 mm² verdraagt continu ongeveer 16 A bij inbouwbedrading; een kabel van 2,5 mm² tot ongeveer 20 A. NEN 1010 schrijft voor dat de kabeldoorsnede zo gekozen wordt dat de maximale stroom die de kabel veilig kan voeren, gelijk is aan of groter is dan de waarde van de automaat. Een automaat van 25 A op een kabel van 1,5 mm² heft de bescherming volledig op: de automaat schakelt dan niet uit voordat de kabel gevaarlijk warm wordt.

In woningen zijn de meest gangbare doorsnedes 1,5 mm² voor verlichting (beveiligd met een automaat van 10 A) en 2,5 mm² voor gewone stopcontacten (automaat van 16 A). Groepen voor verwarming en airconditioning vragen vaak 4 of 6 mm² met een automaat van 25 of 32 A. Een elektrisch fornuis heeft bijna altijd een eigen groep van 6 mm² met een automaat van 32 of 40 A.

Veelgemaakte fouten in woninginstallaties

Airconditioners aansluiten op een gewone stopcontactgroep. Een airco van 3.500 W trekt alleen al 16,9 A, de grens van een stopcontactgroep van 16 A waarbij de kabel al op zijn limiet werkt. Een airconditioner hoort daarom op een eigen groep met passende beveiliging en een kabel van 4 mm².

Verlengsnoeren als permanente oplossing gebruiken. Huishoudelijke verlengsnoeren zijn niet ontworpen voor permanent gebruik onder volle belasting. Een snoer met een kabel van 1 mm² verdraagt 6 A; daar een terrasverwarmer en een inductieplaat op aansluiten veroorzaakt chronische opwarming van de kabel. De isolatie degradeert geleidelijk, het probleem is niet meteen zichtbaar, maar het brandrisico neemt toe met de tijd.

De inschakelstroom negeren. Apparaten met een motor, zoals een wasmachine, airconditioner of koelkast, hebben een inschakelstroom van drie tot zeven keer de nominale stroom. Een airco met een nominale stroom van 10 A kan bij het opstarten tot 50 A trekken. Automaten met curve C verdragen deze kortstondige pieken; automaten met curve B kunnen uitschakelen ook als de groep voor de continue stroom goed gedimensioneerd is.

Wanneer een erkend elektricien inschakelen

Deze calculator schat de belasting en controleert of een bestaande installatie binnen redelijke grenzen valt. Elke feitelijke wijziging aan de elektrische installatie, zoals het vervangen van automaten, het toevoegen van groepen of het vergroten van kabeldoorsnedes, is werk voor een deskundig installateur. De technische eisen voor laagspanningsinstallaties in woningen staan in NEN 1010, waarnaar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Voor werkzaamheden aan de groepenkast is het raadzaam de installatie te laten opleveren of controleren door een gekwalificeerd vakbedrijf, zeker bij verhuur of bij wijzigingen die de veiligheid van de hele woning raken.

Veelgestelde vragen

Wat is het maximale vermogen per stopcontact in een woning?

Een standaard stopcontact (type F) is aangesloten op een groep met een automaat van 16 A, wat neerkomt op ongeveer 3.680 W bruto (16 A × 230 V), al ligt het bruikbare vermogen door de vermogensfactor iets lager, rond 3.312 W. Voor apparaten boven ongeveer 2.000 W, zoals een fornuis, boiler of wasmachine, is een eigen groep met passende beveiliging aan te raden. Een elektrisch fornuis van 6.000 W op een gewoon stopcontact aansluiten leidt tot herhaaldelijk uitschakelen van de automaat en oververhitting van de kabel.

Welke automaat is nodig voor een slaapkamer met airconditioning?

Dat hangt af van het vermogen van de airco. Een huishoudelijke airconditioner van 9.000 BTU heeft een elektrisch vermogen van 800 tot 1.000 W; een van 12.000 BTU, 1.200 tot 1.500 W. Voor een slaapkamer met een airco van 12.000 BTU (1.500 W), een televisie (100 W) en verlichting (80 W) komt de gelijktijdige stroom met een factor van 80% uit op ongeveer 6,5 A, dus een automaat van 10 A. Komt er ook nog een elektrische kachel van 2.000 W bij, dan stijgt de stroom naar ongeveer 14,2 A en is minimaal een automaat van 16 A met een eigen groep nodig.

Wat is de gelijktijdigheidsfactor en hoe beïnvloedt die de dimensionering?

De gelijktijdigheidsfactor is het aandeel van de geïnstalleerde apparatuur dat op hetzelfde moment in gebruik is. Een ruimte met 3.000 W geïnstalleerd vermogen en een factor van 0,8 gebruikt gelijktijdig maar 2.400 W. Deze factor verlaagt de benodigde automaatwaarde en daarmee ook de kabeldoorsnede. Voor woningen wordt doorgaans een factor tussen 0,7 en 0,9 aangehouden. Voor vaste apparatuur met continu gebruik, zoals een fornuis of elektrische boiler, wordt vaak met een factor van 1,0 (100%) gerekend, omdat die lang op vol vermogen kunnen werken.

Welke kabeldoorsnede is nodig voor een groep met gewone stopcontacten?

Voor gewone stopcontacten, beveiligd met een automaat van 16 A, is een kabel van minimaal 2,5 mm² nodig. Voor verlichtingsgroepen met een automaat van 10 A volstaat 1,5 mm². Groepen voor verwarming of airconditioning met een automaat van 20 A vragen 2,5 mm²; bij 25 A, 4 mm²; bij 32 A, 6 mm². Een kleinere doorsnede gebruiken dan bij de geïnstalleerde automaat hoort, is een risicovolle situatie: de automaat schakelt dan niet uit voordat de kabel een gevaarlijke temperatuur bereikt.

Kan ik meer apparaten aansluiten op een bestaande 16 A groep?

Ja, zolang de totale stroom niet boven de 16 A van de automaat uitkomt, wat overeenkomt met ongeveer 3.312 W bij een vermogensfactor van 0,9. Als de groep al apparaten voedt die samen 2.000 W verbruiken, kan er onder normale omstandigheden nog zo'n 1.300 W bij zonder dat de automaat uitschakelt. Het probleem ontstaat wanneer apparaten met een hoge inschakelstroom, zoals een airco of wasmachine, momentane pieken veroorzaken die de automaat laten uitschakelen, ook als de continue stroom binnen de grens blijft.

Wanneer is een erkend installateur verplicht in Nederland?

Elke ingreep in de vaste elektrische installatie, zoals het vervangen van automaten, het toevoegen van groepen of het aanpassen van de groepenkast, wordt aanbevolen door een deskundig installatiebedrijf te laten uitvoeren. De technische eisen staan in NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties, waarnaar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst. Voor verhuurde woningen en bij ingrijpende wijzigingen wordt een opleverkeuring of periodieke controle door een gekwalificeerd vakbedrijf aangeraden. Eenvoudige vervangingen, zoals een stopcontact of schakelaar, kunnen door de bewoner zelf gedaan worden, mits met kennis van zaken; werk aan de groepenkast of nieuwe groepen blijft voorbehouden aan een deskundige.

Gerelateerde calculators

Bekijk alle calculators voor Verbouwing en Installaties

Door RivoCalc · Gecontroleerd volgens onze redactionele methodologie · Bijgewerkt op 12 mei 2026

Deze calculator geeft een schatting op basis van typische vermogens per ruimte. Het werkelijke verbruik hangt af van de gebruikte apparatuur, het gebruikspatroon en de staat van de bestaande installatie. Raadpleeg voor elke wijziging aan de elektrische installatie een deskundig installatiebedrijf.